• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Gert den Toom

Gert den Toom

Waar is Gert den Toom mee bezig?

  • Home
  • Bio
  • Blog
  • Boeken
  • Bestellen
  • Contact

Archief voor juni 2009

Leengeschiedenis

30 juni 2009

Ik heb het me vaker afgevraagd; of een zich vervelende of nieuwsgierige bibliotheekmedewerker zich wel eens heeft verdiept in mijn leengeschiedenis. En of deze man of vrouw zich dan een beeld van mij gevormd heeft. Of er eigenlijk wel iets zinnigs uit spreekt. In mijn laatste uitleenbon (die op de stapel boeken en cd’s ligt die ik morgen terug moet brengen naar de bibliotheek) zou ik in ieder geval een samenvatting van mijn leven op dit moment kunnen lezen, met een beetje goede wil. Misschien heeft het zin als ik bij wijze van reflectie, zeg een keer per jaar, zelf stil sta bij zo’n titeloverzicht. Om even uit mezelf te treden en te zien hoe het eigenlijk met me gaat. Vooruit, bij deze dan:

The rough guide to Venice and the Veneto
Oefeningen in waarheid
The invention of solitude
Yanqui U.X.O.
Slow riot for new zero Kanada
Youth novels
It’s blitz!
Release the stars
Zalig zijn de armen van geest
Room full of fools

Serie: Blog

Leeglopen in Canareggio

29 juni 2009

Ik had een dag nodig voor mezelf, om na te denken – dacht ik, en vermoedde dat ik daarvoor alleen moest zijn. Zou ook niet spreken volstaan, of wel praten, maar dan met iemand die me gelijk gaf, of slecht luisterde? En wat betekende ‘nadenken’ als ik daarbij weliswaar geconcentreerd, alleen was, maar ondertussen door Venetië dwaalde en foto’s maakte van stukjes gebouw, lege parkbankjes, de lucht, structuren in het pleisterwerk? Hield dat niet in dat ik mijn hoofd niet vulde met gedachten, maar juist vergat wat ik aan het doen was, wie ik was en wat er ook al weer zo belangrijk in mijn leven was? Betekende het niet juist dat ik alle ruimte gaf aan mijn zintuigen, het volgen van mijn intuïtie en iedere impuls – alsof er wijsheid in te ontdekken viel? Ik liep verder, een stukje in het spoor van bebloede voeten, en verder nog; ik dwaalde, verdwaalde, doolde door en liep mijn hoofd leeg, die middag in Canareggio.

Eenmaal weer in Nederland bladerde ik terug naar de woorden van Paul Auster, over dwalen door Amsterdam, waaraan ik toen had moeten denken:

‘He wandered. He walked around in circles. He allowed himself to be lost. Sometimes, he later discovered, he would be only a few feet from his destination, but not knowing where to turn, would then go off in the wrong direction, thereby taking himself farther and farther from where he thought he was going. It occurred to him that perhaps he was wandering in the circles of hell, that the city had been designed as a model of the underworld, based on some classical representation of the place. (…) And if Amsterdam was hell, and if hell was memory, then he realized that perhaps there was some purpose to his being lost. Cut off from everything that was familiar to him, unable to discover even a single point of reference, he saw that his steps, by taking him nowhere, were taking him nowhere but into himself. He was wandering inside himself, and he was lost. Far from troubling him, this state of being lost became a source of happiness, of exhilaration. He breathed it into his very bones. As if on the brink of some previously hidden knowledge, he breathed it into his very bones and said to himself, almost triumphantly: I am lost.’
[The invention of solitude, p. 86-87.]

Serie: Blog

Bezoek aan het dodeneiland

28 juni 2009

Ik ging naar het Isola di San Michele om Brodsky te zien. Bij aankomst werd de bezoekers van het dodeneiland op het hart gedrukt vooral niets te fotograferen. Waarom eigenlijk niet? Waren er zielen om te stelen geweest, dan waren die nu toch zeker lang en breed verdwenen? Toch: wat doe je als je een foto maakt van een graf? En: waarom ga je eigenlijk naar een dodeneiland, maak je daar – natuurlijk toch – een paar foto’s? Dat waren de vragen waarmee ik verder liep. Feit is dat ik, in iedere stad waar ik langere tijd verblijf, ook ga zien waar de doden wonen, omdat de dood nu eenmaal bij het leven hoort. Waarschijnlijk.
Het Isola di San Michele is gereserveerd voor de doden, en de levende zielen schijnen er niet graag te komen. Joseph Brodsky ligt er begraven sinds 1996. Hij was een van die weinige dichters waarvan ik de gedichten las (in de jaren tachtig) en hij had een bijzondere band met de stad. Aan de Fondamenta Zattere Allo Santo Spirito is een plaquette aangebracht als eerbetoon aan de dichter, die vaak over de stad en die plek, met uitzicht op Giudecca, geschreven had. Ik kende Joseph Brodsky niet goed, wist bijna niets van hem of van zijn werk, en toch was zijn graf mijn doel op San Michele. Misschien omdat alle andere doden daarmee minder anoniem gemaakt werden, misschien vanwege deze flinterdunne band; de bijna onzichtbare, maar toch aanwezige identificatie met zijn lot en daarmee met dat van anderen, en van ons allemaal.

De subtiele schoonheid van Brodsky’s graf school wat mij betreft in de verzameling herdenkingssteentjes, teken van zijn Joodse herkomst, al lag hij dan begraven in de protestantse afdeling van het eiland. Maar het verbeeldde ook het langere leven dat de literatuur beschoren is: na terugkeer ging ik zijn gedichten herlezen.

‘Nacht op het San Marco plein. Een voorbijganger
met een gekreukeld gezicht, dat in het donker vergelijkbaar
is met een ring die niet meer aan een vinger zit,
bijt op een nagel en kijkt, in de greep van stilte en rust,
naar dat ‘nergens’ waarin de pure gedachte bewust
wat tijd kan verdoen, een pupil echter niet.

Daar, achter het nergens, voorbij dat domein –
waarvan de grenzen zwart, kleurloos, misschien wit zijn –
bevindt zich iets, een ding, een voorwerp. Wellicht
ook wel een lichaam. In het tijdperk van wrijving
zal de snelheid van het licht altijd gelijk blijven
aan de snelheid van het zien, zelfs al is er geen licht.’

[Joseph Brodsky, uit ‘Lagune’, vertaling Peter Zeeman]

Serie: Blog

Deining

27 juni 2009

Natuurlijk heb ik het ook in Venetië weer geprobeerd: ’s nachts een foto maken met mijn mobiele telefoon. Beoordeelt u zelf het resultaat (als u tenminste iets ziet in dat zwarte vlak hierboven). Het was een poging om dat ene bijzondere moment vast te houden, vermoedelijk; de eerste nacht na onze aankomst in La Serenissima. We zaten, na het sluiten van alle bars, met zijn vieren op de kade langs het Canal Grande en dronken bier uit de fles, terwijl aan onze voeten het zeewater tegen de stenen klotste. We spraken vast en zeker ergens over, maar wat ik vooral hoorde en zag, was het bonken en botsen en schuren en piepen van de lege, voor de nacht aangemeerde vaporetti. Op de wisselende hevigheid van de golfslag dansten ze meer of minder intiem met elkaar. Schurend, trekkend aan de touwen, zingend soms. Het onregelmatige ritme dat ze aanhielden, zou de dagen daarna ook ons evenwicht gaan bepalen, soms tot in bed toe. Een dans met de deining, op de muziek van de maanstand.

Serie: Blog

Something strange

25 juni 2009

Serie: Blog

Tien voor zes

24 juni 2009

De afgelopen week was ik met drie vrienden in Venetië. We bezochten onder andere de Biennale, de tweejaarlijkse, grote beeldende kunsttentoonstelling.

Tussen half zes en zes, vlak voor sluitingstijd, sprintte ik nog even door het hoofdgebouw in de Giardini. Geen tijd voor een grondige studie van het daar gepresenteerde werk, niet meer aandacht dan voor een eerste indruk; voor de eerste tien beslissende, vaak dodelijke seconden. Doorlopen of niet? De tijdsdruk bleek goed aan te sluiten bij het effectbejag van de geselecteerde kunstenaars. Misschien kwam het door de enorme omvang van de Biennale, misschien door de teleurstellende kwaliteit van de keuzes van de curatoren, maar er was weinig werk dat een blijvende indruk op me maakte, enkele uitzonderingen daargelaten (de paviljoens van Denemarken, Hongarije, Nederland en België, en een deel van de Arsenale). Heel veel kunstwerken leken voor de vluchtige, vluchtende blik gemaakt: het waren niet meer dan schetsen, ideetjes, aanzetten tot iets dat nog niet iets was, of een flauwe afspiegeling van wat er al eerder was. Als de Biennale een spiegel zou moeten zijn van de stand van zaken in de mondiale beeldende kunst, dan is het misschien geen vijf voor twaalf, maar wel tien voor zes. Ook met dank aan de onrust in de blik van de bezoekers.

Serie: Blog

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Pagina 3
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

contact