• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Gert den Toom

Gert den Toom

Waar is Gert den Toom mee bezig?

  • Home
  • Bio
  • Blog
  • Boeken
  • Bestellen
  • Contact

Archief voor januari 2013

Actuele archeologie 1

31 januari 2013

Zes dagen films zien op het Internationaal Film Festival Rotterdam betekent: zes dagen schrijven over film.

Ieder jaar weer vraag ik me af waarom ik het doe, dagenlang films zien, soms wel vier films achter elkaar. Waarom ga ik dwars door regen en sneeuw; zet ik op zondagochtend mijn wekker; ga ik als een cultuurforens keer op keer heen en weer met de trein naar Rotterdam, ook na een dag werken nog? Waarom heb ik dat ervoor over; waarom zit ik in die zalen – meestentijds bovendien alleen, zij het omringd door honderden anderen? Is het escapisme, of een manier om, veel sneller dan door te lezen, verhalen tot me te nemen? Ik weet het niet precies maar een beweegreden is deze: de actuele archeologie.

Serie: Blog

Het criterium

29 januari 2013

Zes dagen films zien op het Internationaal Film Festival Rotterdam betekent: zes dagen schrijven over film.

Eén boek, één film, het kan genoeg zijn; genoeg om een radertje precies één cruciale slag te draaien; genoeg om de hefboom in werking te zetten, om het schip één graad van zijn koers te brengen en definitief een andere kant op te varen. Dat is misschien mijn criterium voor een goede film; dat ik alles net een beetje anders zie als ik de filmzaal uitkom. Alles.

Serie: Blog

Uitgelezen 23

23 januari 2013

‘Uit militair oogpunt, dat moet gezegd worden, heeft het nooit gewerkt. Geen enkele muur, niet de Muur die we tegenwoordig zien en evenmin de meer bescheiden versies die daaraan voorafgingen, heeft ooit enig nut gehad. De barbaren kwamen bij de muur, vloekten wat , keerden dan hun paard (…) en begonnen langs de muur te galopperen. Bij het einde van de muur draaiden ze eromheen en vielen China binnen. (…)
Dit is dus wat we mogen denken over de Chinese Muur: het was niet zozeer een militaire als wel een mentale zet. Het lijkt de versteviging van een grens, maar in wezen is het ‘de uitvinding’ van een grens. Het is een conceptuele abstractie die met zoveel vastberadenheid en onherroepelijkheid is volgehouden dat het een gigantisch, tastbaar monument is geworden.
Het is een idee geschreven met steen.
Het idee was dat het rijk de beschaving was, en dat al het andere barbaarsheid was, en dus niet-bestaand. Het idee was dat daar tussenin een grens was; en als de barbaar, die nomade was, die niet zag, zou hij hem nu in elk geval wel zien; en als de Chinees, die bang was, die vergat, zou hij er nu in elk geval wel aan denken. De Chinese Muur beschermde niet tegen de barbaren: hij vond ze uit. Hij beschermde de beschaving niet: hij definieerde die.
[Alessandro Baricco, De barbaren, p. 195-196]

Serie: Blog, Uitgelezen

In Nederland: Vijlen

20 januari 2013

Serie: Blog, In Nederland

Verschroeide aarde

17 januari 2013

Nu is de plek onder sneeuw verborgen. Maar hier stond vorige week een uitgebrande auto met een dode man erin. Hij was, in eerste instantie onherkenbaar verbrand, ’s ochtends om half zes aangetroffen door een wandelaar die zijn hond uitliet. Het moet verschrikkelijk geweest zijn om zo te sterven, om te stikken, te verschroeien, gek te worden van de smeltende zenuwen. Het leed van degene die zichzelf zoiets aandoet, moet onvoorstelbaar groot zijn geweest. Alleen bij de eenzaamheid, eenmaal aangekomen op deze plek, kan ik me iets indenken – en die stel ik me voor, iedere keer dat ik er nu langs fiets.

De berichtgeving over zijn wrede lotsbestemming was in eerste instantie nogal sneu. Als het een afrekening in het criminele milieu betrof, dan ging het hier om een ‘kleine vis’ – wat werd geconcludeerd uit het bescheiden formaat van de uitgebrande wagen. Dit schijnbaar overbodige leven kreeg nog een trap na. Als het geen afrekening was (een stuk minder spannend), dan moest het wel om zelfmoord gaan. Al even zinloos.
Een dag later werd bekend dat het inderdaad een zelfdoding betrof, van een 77 jarige man. Meer niet, dat was het.
Ik wil op zo’n moment meer weten, een korte aanvulling maar, iets over het leven en de vermoedelijke beweegredenen van deze man. Omdat we er waarschijnlijk nooit meer iets over zullen horen. Zo gaat dat in het nieuws. Waarom was hij zo wanhopig dat hij ’s nachts naar deze plek in het nieuw aangelegde bos reed, over het fietspad omdat je er met de auto eigenlijk niet komen mocht? Hoe lang stond hij hier, aan het einde van een T-splitsing, vlak naast het bankje en de betonnen, hufterproof kampeertafel? Misschien omdat hier geen lantaarnpalen staan en er in de nachtelijke uren dus nauwelijks fietsers langskomen, of omdat het een mooie plek, is. ’s Nachts is het daar raadselachtig en stil.
Het vuur zal luid en hoog geweest zijn, maar waarschijnlijk heeft niemand het gezien of gehoord. Toch moet het er geweest zijn. De auto was zo geparkeerd dat geen enkele boom of struik in de nabijheid vlam kon vatten; het vuur heeft zich dus niet verspreid. Langzaam maar zeker zal het flakkeren zijn overgegaan in smeulen, in het zachte geritsel van het lange gras. Misschien heeft er nog een hert of een vos stokstijf naar hem staan staren alvorens er weer schielijk vandaar te gaan, voordat de eerste lichten in het stadje aan zouden gaan en de wandelaar kwam aanlopen met zijn hond.
Wat overbleef was een zwarte rechthoek; verbrand gras en de snel vervliegende geur van as. Weer een zinloze dode langs dit pad, krap drie jaar na de hardloper die S. hier toen aantrof. Weg leven, met de tactiek van de verschroeide aarde. Laat het maar sneeuwen dan, nu.

Serie: Blog

Reconstructie van een meisjesleven

15 januari 2013

In de ‘backyards of Britain’, aan een van de rafelranden van Londen, troffen we het ogenschijnlijk complete interieur van een klein appartement aan, vlakbij een spoorbrug. Kasten, huisraad, kleding en zelfs een complete auto – het lag er langere tijd en was allemaal vies en nat geworden. Achter de wagen vonden we een stapel foto’s en een agenda, en we besloten ze mee te nemen. Voor een reconstructie.

We legden de foto’s te drogen op een krant, en spreidden ze daarna uit op de tafel. Het waren foto’s van een jong meisje uit een ogenschijnlijk well off milieu; een meisje dat gek aan het doen was met vriendinnen, op feestjes en tijdens het winkelen in de stad. Foto’s ook van toen ze nog kleiner was, en dromerig, nietsvermoedend – of misschien toch, en daarom. De foto’s toonden flarden van het leven van een fragiel, bijna etherisch meisje, ergens tussen de twaalf en zestien jaar oud. In haar agenda stond geen naam, wel dat haar moeder en zijzelf een week na elkaar, in december jarig waren, en dat ze in 2006 haar dertiende verjaardag had. Ze zou dus negentien zijn – als ze nog in leven was.

Ons voyeurisme ging vooralsnog niet verder dan vermoeden op basis van wat we hadden aangetroffen, en het meeste wil ik vooralsnog geheim houden. Maar: wat zou je doen als je daadwerkelijk, als een privédetective (overigens geen beschermd beroep) aan de slag zou gaan? In ieder geval de vier mensen bellen van wie achterin de agenda de telefoonnummers stonden genoteerd. De school proberen te vinden waarvoor ze, in uniform, op het gras zat. De plek proberen te vinden waar ze een optreden van een breakdancegroep zag, de pubs of clubs zoeken die in de agenda genoemd werden, de groene Volkswagen proberen te koppelen aan haar bestaan.
Dan zou je misschien een verhaal kunnen schrijven over dit meisje, dat mogelijk afstand had gedaan van de dingen waar ze niet langer gehecht aan was, al leek dat, gezien de omstandigheden op de vindplaats, onwaarschijnlijk. Misschien was ze ten onder gegaan, in de mist, aan de duistere kant, ten onder aan de stad die ook een monster kan zijn. Misschien heette ze Linda, misschien Mimi – of iets waarvan dat een liefkozende afkorting is. We zullen het niet weten.
Zolang we geen betere reden hebben dan onze nieuwsgierigheid, zullen we geen werk maken van dit meisje. Maar dat komt vast nog een keer.

Serie: Blog

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

contact