• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Gert den Toom

Gert den Toom

Waar is Gert den Toom mee bezig?

  • Home
  • Bio
  • Blog
  • Boeken
  • Bestellen
  • Contact

Archief voor oktober 2018

Berckmans

31 oktober 2018

Tien jaar geleden stierf de Vlaamse schrijver Jean-Marie Berckmans (1953-2008). Dit jaar verscheen zijn biografie, Schrijven in de Grauwzone van Chris Ceustermans, waardoor we getuige kunnen zijn van het korte leven van de als ‘J.M.H. Berckmans’ bekend staande auteur. Hij liet ons achter met alleen nog zijn boeken – ook al zijn die nauwelijks meer vindbaar. 

Berckmans is een van mijn vele literaire helden. Ik bezocht zijn graf met het steenkool erop, op het Antwerpse Schoonselhof niet lang na zijn dood. Het was bloedheet die dag en ik had onderweg, tijdens een kleine bedevaart langs de mij bekende adressen waar hij had gewoond, als laatste de Lange Batterijstraat, bijna een zonnesteek opgelopen. Het koude zweet en mijn duizelingen stonden natuurlijk niet in verhouding tot de ontberingen van Berckmans in de laatste jaren van zijn leven maar leken op de een of andere manier toch niet voor niets te zijn.
Schrijven in de Grauwzone schetst zijn destructieve, tot mislukken en de marges gedoemde bestaan. Berckmans was een zeer intelligente maar kwetsbare, ten diepste onzekere ziel die uiteindelijk geknakt en gebutst en verschroeid werd door het harde bestaan en zijn eigen psychische gesteldheid. Een gevoelige ziel met naargeestige trekken en een aanleg voor psychoses die zich wilde verdoven – met uiteindelijk de totale vervuiling, het delirium en de zelfdestructie tot gevolg. 

J.M.H.Berckmans

Hoe moet je Berckmans’ geweldige – toegegeven: soms ook wat flauwe – werk anderzijds typeren voor iemand die nog nooit iets van hem gelezen heeft? Hij is enorm belezen en banaal tegelijk. Geobsedeerd door muziek, pijnlijke menselijke verhoudingen, onbereikbare vrouwen, uitwerpselen, dronkenschap en eenzaamheid. Complotdenker en mateloos romanticus. Op zijn best in lyrisch proza dat kan uitmonden in een gebed, een visioen, een scheldkanonnade of een litanie – steeds van brandstof voorzien door drank, drugs, jazz of de effecten van zijn wankele psychische gesteldheid. Deprimerend, fatalistisch, soms ook volkomen onbegrijpelijk, kinderachtig en karikaturaal. Zwart romantisch, grenzend aan de psychose, de paranoia – en daar soms overheen. Dan weer kaal en ontnuchterend, en de eenzaamheid uitschreeuwend. Maar steeds: grenzeloos rijk van taal.

‘Goede Kamiel,
Vanavond 28/9 (het zal nu iets van een half zeven zijn en het begint al te donkeren, het winteruur is pas in voege en m’n slapen en m’n waken is daardoor ontregeld, zoals dat twee keer per jaar gebeurt, al zit er sowieso geen orde of geen regelmaat meer in m’n nachtrust of, meestal, m’n dagrust, ik werk ’s nachts en slaap overdag, zorg dat ik hoe dan ook zo nu en dan aan wat te vreten kom en leef maar raak), vanavond en misschien ook nog vannacht, want ’s nachts verzachten m’n gedachten en worden ze iets minder bitter, wil ik intiem met je spreken over de dingen die erg zijn. En met z’n honderdduizenden, zodat het onmogelijk is om er een top tien of een top twintig of een top vijftig of zelfs maar een top honderd van aan te leggen. Al bleek ik eertijds erg goed in dat soort dingen en legde ik wel eens hitparades aan van alles en nog wat, graden van geluk en ongeluk, de terminaliteit van de liefdeloosheid, verveling, tegen de muren op kruipen, halve zottigheid, waanzin, laddertjes van zattigheid, in de wind, beschonken, ladderzat, straalbezopen, strontlazarus. Het laatste overkomt me, tussen haakjes, meer en meer. Niet dat het nog wat uitmaakt, de beste en de bruikbaarste visioenen komen vlak voor het delirium.’
[Uit ‘Klein traktaat over de dingen die erg zijn’, in J.M.H. Berckmans, Bericht uit Klein Konstantinopel, p. 106.]

Je ziet hem zitten aan de tafel in zijn duister hol achter de gesloten rolluiken in de Lange Batterijstraat, met ‘Angst’ en ‘Broekschijterij’ in koeienletters op de muur gekalkt. Een oeuvre als een lange brief.
Nu wil ik Berckmans gaan herlezen, en ook eindelijk alles lezen. Zoals biograaf Ceustermans echter opmerkt: de meesten van ons moeten daarvoor wachten op de heruitgave van het complete werk. Wat zou het prachtig zijn om dat in handen te kunnen houden. Dus beste uitgevers: doe het! Verzamel, bundel en bezorg deze brief aan ons, de lezers!

Serie: Blog

Stalker

22 oktober 2018

Ook een week geleden, op maandag, zat ik in het filmhuis – opnieuw een plek waar je je gedachten kunt laten dwalen – als je er de kans voor krijgt tenminste. Tijdens de film die ik er ging zien, was ik er juist op gespitst goed te blijven opletten. En net als in november 1988, toen ik hem voor het eerst zag in hetzelfde filmhuis, hield Stalker van de Russische regisseur Andrej Tarkovski mij volledig in de greep. De film stamt uit 1979 en is nu, in een volledig gerestaureerde versie, opnieuw in roulatie gegaan. Heb je de kans om hem te gaan zien, doe dat dan, want voor dit soort films zijn bioscopen en filmhuizen bedoeld. Er zijn nauwelijks woorden te vinden voor de totaalervaring die deze film, bijna veertig jaar na verschijnen, nog altijd biedt. 

Het is een pijnlijke simplificatie om ‘het verhaal’ van Stalker samen te vatten, maar vooruit: het komt er in het kort op neer dat een gids (de ‘Stalker’ uit de titel) twee mannen (een wetenschapper en een schrijver) een voor mensen verboden gebied (de ‘Zone’) in voert om uit te komen bij een bijzondere kamer. Heb je die eenmaal betreden, dan wordt bij terugkeer buiten het verboden gebied je diepste wens werkelijkheid. Dat kan dus ook een wens zijn waarvan je zelf niet wist dat je die had – waardoor je er juist erg ongelukkig van wordt. Uiteindelijk durven de wetenschapper en de schrijver er dan ook niet in.

De mooiste scène blijf ik het moment vinden waarop de drie belangrijkste personages in de film op een door benzine aangedreven wagentje over het spoor de Zone inrijden – zwijgend, om zich heen kijkend naar de in mist gehulde leegstaande fabrieken, de heuvels, de velden en de bossen om hen heen. We horen de ronkende motor eerst hard, dan zachter en zachter, bonkend over de lasnaden. Alles kan nog gebeuren, niemand die het weet. Je kan niet anders dan ook zwijgend, ademloos meekijken.

Er zat meer humor in Stalker dan ik mij herinnerde, en dat terwijl Tarkovski toch vaak voor zeer serieus doorgaat. De wetenschapper en de schrijver moeten zich aan Stalkers route door de Zone houden, ook al lijkt die een omweg, maar de Zone heeft zo haar eigen wetten, volgens de Stalker en zij lopen groot gevaar als ze zijn aanwijzingen niet opvolgen. De keren dat ze hem niet gehoorzamen, gebeurt er echter niets.

Deze keer viel me vooral de scène op waarin Stalker uitgeput is teruggekeerd uit de Zone en zich, naast de zwarte hond die met hen meegekomen is, uitstrekt op de houten vloer in zijn slaapkamer. Hij beklaagt zich tegenover zijn vrouw over zijn cynische reisgenoten, over de lege blik in hun ogen, over wat zij zijn ‘kwijtgeraakt’; geeft af op de ‘intellectuelen’ die het vermogen niet meer hebben om te geloven. Dan zoomt de camera uit en zien we de wand links van het bed, een deel van de slaapkamer dat we nog niet eerder hebben gezien. Die wand blijkt volledig bedekt met boekenkasten.

Stalker

Serie: Blog

Low

19 oktober 2018

Een week geleden stond ik in Paradiso bij een concert van de Amerikaanse band Low. Dit trio wordt voor tweederde gevormd door het echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker, die behalve muzikant ook mormoon zijn. Hoe hen dat vormt en bezighoudt, is op een hele mooie manier vastgelegd in de vpro documentaire You may need a murderer uit 2008. Met het titelnummer van die korte film sloten ze het concert vorige week ook af: ‘One more thing before I go / One more thing I’ll ask you Lord / You may need a murderer…’ 

Het was geweldig om deze muziek eindelijk eens voor mijn ogen en oren uitgevoerd te zien worden, en het voormalige kerkgebouw in Amsterdam had daar geen betere plek voor kunnen zijn. Intense muziek: fragiel en schurend, wanhopig maar wonderschoon tweestemmig gezongen, met langzame en diepe paukenslagen op de drums en een enkele keer een uitbarsting in een lawine van gitaargeweld – zoals het nooit aflatende gevecht met de demonen, dat soms betijt maar dan in alle hevigheid ineens weer terugkeert. Als je het weet, zie je het en hoor je het, begrijp je het.
Low zei wat ze dacht, gaf ons duistere verhalen, misschien een idee – maar probeerde ons niet te bekeren. Hooguit tot het geloof in de muziek.

Low in Paradiso oktober 2018

Ik merkte dat het me diep raakte. Mijn gedachten dwaalden af, misschien vergelijkbaar met het zoeken en zelden vinden in de desperate verhalen van Sparhawk. Het waren vage herinneringen waar ik op stuitte, herinneringen aan de avonden, misschien ook wel een jaar of tien geleden, waarop ik deze muziek keihard draaide, en er alles door liet overspoelen. Op de bodem. Low.
Ik realiseerde me dat de plek waar ik tijdens het concert geraakt werd, waar mijn ontroering zonder grenzen was, het diepste binnenste, de kern van mijn ziel of de kern van de kern van de ziel was, en een plek waar nooit iemand anders komt. Ondanks alle liefde, ondanks prachtige vriendschappen, ondanks de innige verbondenheid met anderen. Betastte ik hier de tragische eilandstructuur van het bestaan of was dit het besef van waar zich mijn volstrekt eigen, particuliere eenzaamheid schuilhoudt?
Hoe het ook zij: daar heerst dus schoonheid, zij het soms duister. Daar anderhalf uur per week ronddwalen is desondanks misschien wel voldoende.

Serie: Blog

Palermo streetart

13 oktober 2018

Streetart 1

Streetart 2

Streetart 3

Streetart 4

Streetart 5

Serie: Blog

Work in progress

10 oktober 2018

Palermo 4

Serie: hier & nu

Dickinsonia

10 oktober 2018

Het vroegste dier was een kledderweefsel
of: een kledder weefsel. De spatie is niet goed te zien
in de kop van het krantenartikel.
Niet voor niets, vast en zeker.
Als ik de overbodige zinnen wegstreep
ontstaat er een beeld van in den beginne:

Het vroegste dier op aarde
had geen bek, geen ogen, was
niet veel meer
dan een ronde kledder weefsel
die over de zeebodem schuifelde.

Daar, in het midden, plat en bruin:
Dickinsonia is zijn naam
– en wel degelijk een dier.
Dat zegt een team van wetenschappers
na analyse van tien versteende kledders
uit Rusland.

Neem Dickinsonia: een wezen zonder
voor- of achterkant dat waarschijnlijk
at door op zijn voedsel te gaan liggen
en het zo te absorberen.
Door als een worm steeds een segment toe te voegen
aan zijn lichaam, bleek Dickinsonia een dier.
Hij kon zich verplaatsen, al weten ze niet hoe.

Het is een diepzinnige ontdekking
die erop duidt dat het leven al heel vroeg
voorgesorteerd was in dieren en planten.

Het zeeleven experimenteerde in die tijd
wild, met de merkwaardigste levensvormen.
Het bleek om een machtswisseling te gaan,
en plaatst de evolutie in een heel andere context.

Toch manen de onderzoekers tot voorzichtigheid:
het analyseren van zeer oude fossielen
is berucht,
onbetrouwbaar.

(Met dank aan: Maarten Keulemans, ‘Vroegste dier was een kledder weefsel’, in: de Volkskrant, 21/9/2018.)

Serie: Blog

  • Pagina 1
  • Pagina 2
  • Ga naar Volgende pagina »

Primaire Sidebar

contact