dinsdag 12 februari 2019

Via de spiegel

Ik ga al minstens twintig jaar naar dezelfde kapper, en wij praten vrijwel alleen met elkaar via de spiegel. De zon stond laag en achter ons aan de hemel maar we keken er met samengeknepen ogen tegenin. Hij had tegenwoordig een leesbril nodig, zei hij. Dat slechter wordende zicht had hij van zijn moeder geërfd. Net als zij kon ook hij nooit zijn mond houden als hij ergens een mening over had, voegde hij eraan toe. Dat kwam me bekend voor.
Ik bekende dat ik me al vele keren had voorgenomen om bij vergaderingen en andere bijeenkomsten er nu eindelijk eens het zwijgen toe te doen maar dat ik, eenmaal bij de rondvraag of de w.v.t.t.k. aangekomen, toch vaak nog iets riep – ineens, als een onbeheersbare oprisping. Het was niet altijd productief en soms ook niet goed voor de sfeer en toch moest ik het kwijt.
‘Oppotten is ook niet goed’ zei mijn kapper. ’Bovendien: het lucht op.’
Ik vertelde van de kreupele, bijna onleesbare eerste hoofdstukken in de vertaling van Romanschrijver van beroep van Haruki Murakami waarover ik eigenlijk een boze email naar de uitgeverij had willen sturen. Over het waardeloze vakantiefilmpje van Júlio Bressane in Sils Maria, die het IFFR als een documentaire over Nietzsche had gepresenteerd. Misschien moest ik toch maar geen contact opnemen met het filmfestival, zei ik tegen mijn kapper. Hij aarzelde even, alsof hij aan het bedenken was wat hij daarvan vond.
Ik stelde intussen voor dat ik wel wat vaker naar de kapsalon zou komen, zodat we in ieder geval tegen elkaar ons hart konden luchten. Daar was hij het volmondig mee eens. Hij lachte en bood me prompt een kortingsabonnement aan. Maar in die middenstanderstruc wilde ik niet trappen – al verzweeg ik dat voor hem, deze keer.
‘Tot de volgende sessie’ riep ik bij vertrek, en trok de deur achter me dicht.

dinsdag 5 februari 2019

Het gedroomde woordenboek

Ik heb al heel lang het gevoel dat er een belangrijk woordenboek ontbreekt. Een woordenboek dat de vergeetachtigen bijstaat, de vergeetachtige samenleving ook, en de schrijvers op zoek naar het juiste woord. Een woordenboek dat verschijnselen in leven houdt omdat het er woorden aan kan geven. Maar ook: een woordenboek dat je, enigszins dubbelop, een ‘betekenissenwoordenboek’ zou kunnen noemen. Omdat het niet alfabetisch, op woorden als lemma’s geordend is maar op de omschrijvingen van die woorden, die juist eindigen bij het woord dat bij de omschrijving hoort.
Als je er langer over nadenkt, lijkt het bestaan van een dergelijk woordenboek enigszins onwaarschijnlijk.

En dan is er nog dat andere woordenboek of misschien wel hetzelfde, maar dan in een andere dimensie, 3D als het ware. Het boek dat een plek geeft aan alle unieke woorden die er in uiteenlopende talen te vinden zijn voor hele specifieke fenomenen, verschijnselen of gevoelens. De woorden voor soorten sneeuw, hooi of modder; voor de speciale liefde van de moeder voor haar kind; voor de mensen die je als het ware opsluiten door maar tegen je aan te blijven praten; voor de stilte tussen twee muzieknoten of voor het geluid van de wind in de pijnbomen. De woorden die in andere talen niet bestaan en daarom soms letterlijk geleend worden. Een leenwoordenboek.

Met de huidige stand van de digitale techniek en de rijkdom van de lexicografische databestanden moet dit woordenboek toch te produceren zijn?
Met de woorden uit dit boek kunnen we dan eindelijk alles bewaren, benoemen, kennen. Ik deel deze oude droom van Ludwig Wittgenstein. Sterker nog: ik geloof erin, wil dit boek tijdens mijn leven nog kunnen lezen. Hierbij mijn bestelling.

vrijdag 1 februari 2019

Integendelen

IFFR 2019
(met dank aan Gust Gils)

woensdag 30 januari 2019

Zin

Vlak voordat de korte, hevige storm die gepaard ging met een apocalyptische verduistering, met hard duwen en flink trekken aan de hoge bomen, met onregelmatige vlagen van regen en hagel ons dicht tegen de gevel onder het overhangende dak van het dichtgespijkerde station van Zehdenick drukte, waren we een leegstaand huis op nog geen honderd meter van het station binnengelopen, gewoon door de openstaande voordeur en we hadden een ogenschijnlijk nog maar onlangs verlaten wereld betreden, een pension vermoedelijk, met sterk van elkaar onderscheiden kamers, ieder voorzien van weer een andere trompe l’oeil schildering die de indruk moesten wekken dat de vertrekken uitgaven op zee of op even welk ander landschap dat niet het landschap was waarin de gasten zich daadwerkelijk bevonden en het was alsof daar, vlak voor onze komst, een overval plaatsgevonden had; een overval op alle zielen die aanwezig waren in dat nu kierende opengebroken pand met de in de aantrekkende wind klapperende deuren en ramen en niets of niemand, zelfs de duiven op zolder niet, had kunnen ontkomen aan de ontzieling van dit donkere spookachtige gebouw, tenzij… ze allemaal achter de met bakstenen vergrendelde deur naar de kelderruimte opgesloten waren – maar het deksel van die doos of de kruipruimte naar de onderwereld durfden we niet te openen en we waren schielijk weer naar buiten gelopen over het gebroken glas.

woensdag 23 januari 2019

Uitgelezen 100

‘Toen hij op Den Haag cs bij het internationale loket informeerde naar de trein naar Berlijn en verder de nachttrein naar Boedapest en verder naar het oosten van Roemenië en vandaar naar Oekraïne (maar dat viel buiten de competentie van de loketbeambte) veerde zijn hart op. Het was of hij ruimer kon ademhalen alleen al bij de gedachte aan Berlijn, aan de trein naar Berlijn, en al zou hij er net als toen hij onderweg was naar Pécs slechts een uur doorbrengen, het vooruitzicht Brl, zoals hij de stad was gaan noemen, aan te doen, haar met de trein te naderen, via Stendal, waar de opwinding toenam, Spandau, dan de Funkturm met de hallen van de Messe, Charlottenburg, waar hij bij het S-Bahnstation gewoon was in de Russische winkel mierzoete bobons, augurken en berkensap te kopen, vervolgens Savignyplatz met niet ver daarvan de Autorenbuchhandlung, Berlin Zoo, hét station van zijn tienerjaren, een doorkijk naar de Gedächtniskirche, de Siegessäule, die steeds weer opdook, afijn, dit toekomstbeeld verbond zijn fantasie met een onuitputtelijke bron, en tegelijk wist hij dat hij Berlijn in afgepaste doses tot zich moest nemen. Hij had zijn Berlijnse jaren gehad. Hij zou verder oostwaarts trekken.

Ze zullen me als Odysseus
moeten vastbinden, misschien niet aan een mast
dan toch aan een iep, een eik,
een kastanje, of om het even welke boom,
als de wortels maar diep genoeg
in de bodem klauwen, want deze stad
trekt als een zwarte kracht.
Ze zullen me moeten vastbinden
wil ik niet opnieuw gehoor geven
aan haar verleiding die me uitput en verteert.
Ze zullen me moeten vastbinden.’

[Donald Niedekker, Wolken &c., p. 365-366.]

Serie: Uitgelezen  

zondag 20 januari 2019

Vogelsang

Vogelsang 2

Vogelsang 3

Vogelsang 4

Vogelsang 5

Vogelsang 6

woensdag 16 januari 2019

Footage

Omdat we zaterdag de auto naar de garage moesten brengen, zouden we ineens doelloos langs een provinciale weg staan. Daarom besloten we, ondanks de donkere luchten waaruit af en toe een bui viel, langs de Kromme Rijn te gaan wandelen – tot waar dit riviertje uitmondt in de Nederrijn. In het begin over de laan naar het kasteeltje bij Cothen, dan verder langs achtertuinen, fruitboomgaarden, door desolaat poldergebied en ‘een van de laatste stiltegebieden’ om te eindigen in Wijk bij Duurstede. Dat stadje en dit kleine riviertje hebben samen een lange, nu moeilijk voorstelbare, rijke geschiedenis die teruggaat tot de Vikingen. In een uurtje passeerden honderden jaren.

Wijk bij Duurstede

We liepen in de afgelopen decennia vaker langs de Kromme Rijn omdat we er vlakbij wonen maar deden dat nooit aaneengesloten, van begin tot einde (of andersom). Ook na deze wandeling is er nog altijd een behoorlijk gedeelte dat we niet hebben afgelegd.
Veel wandelaars lopen dergelijke routes door het land in etappes en reizen dan met auto of trein voor het vervolg op een later moment naar het punt waar ze gebleven waren. Steeds weer, totdat de gehele route is afgelegd.
Eigenlijk is het wandelen dan zoiets als filmen, begreep ik zaterdag. We maken opnames voor een later samen te stellen totaalbeeld van zo’n rivier. Footage. Onze wandelingen langs de Kromme Rijn zijn steeds gelegenheidswandelingen geweest en in geen enkel opzicht chrono-, geo- of anderszins logisch. De vraag is ook of er daadwerkelijk een montagefase zal komen, en een film – ergens in ons hoofd. Of ik ooit de rivier in zijn geheel kan volgen wanneer ik mijn ogen sluit.