woensdag 21 augustus 2019

Gedeelde eenzaamheid

Mijn moeder bewaart de boekenbijlage van haar krant voor mij. Als ik haar bezoek, geeft ze me die en kan ik precies natellen hoeveel weken ik niet bij haar langs ben geweest.

Soms zit er nog een knipsel bij waarvan ze vermoedt dat ik het interessant vind. De laatste keer betrof het een artikel over gedichten die op de muren van Zutphen en Warnsveld zijn aangebracht en waarlangs een wandelroute loopt. Daar is een boek over verschenen: Muurpoëzie in Zutphen en Warnsveld. In haar bibberige handschrift op het knipsel, verwees mijn moeder nadrukkelijk naar het gedicht van Ida Gerhardt dat zij zelf heel mooi vond:

Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kinds af aan.

Nu zij in haar tachtiger jaren is beland en minder vaak naar buiten gaat, is het lezen voor mijn moeder belangrijker dan ooit. Maar ze is bang dat ze steeds slechter gaat zien en minder lang of uiteindelijk steeds minder goed zal kunnen lezen. Die vrees deel ik en houdt ook mijn leeszucht in stand. Sterker nog: die versterkt mijn verslaving zelfs. Wat ik ook met haar deel, is de eenzaamheid van de lezer – van kinds af aan.

zondag 18 augustus 2019

Uitgelezen 105

‘En hoe is dat gegaan deze eeuw, hoe greep het om zich heen en hoe goed paste het niet bij het basisinkomen, je zou bijna gaan denken dat het onderdeel is van dezelfde beweging, en waarom ook niet… ja waarom ook niet, een gecoördineerde actie, een operatie voor de lange adem, zeker, kijk eens hoe het allemaal is voorbereid, hoe het allemaal samengaat, het steekt te goed in elkaar om toeval te zijn, toen eenmaal iedereen aan mindfulness deed kwamen die Japanse opruimgoeroes met hun boeken en hun video’s over hoe je dingen moest weggooien en voor je het weet zit de hele middenklasse te mediteren in lege kamers… En toen kreeg je ook nog die actie van hoe heet het Nederland leest, toen iedereen gratis het Natuurdagboek van Nescio kreeg, ook dat paste er helemaal in, ze waren niet aan te slepen en overal tentoonstellingen van de Haagse School en andere landschapsschilders, opeens moesten we kijken in plaats van handelen, opeens trok iedereen er met het dagboek van Nescio in de hand en de landschapsschilders op het netvlies met de fiets op uit om in de weilanden naar de lichtval op een bruggetje te kijken of hoe het zonlicht weerkaatste op het haantje van een dorpskerk in de verte… Contemplatie, geen bezit, hoe goed paste dat niet bij het basisinkomen, het is gewoon allemaal voorbereid, niemand voelde zich meer geroepen om erbij te gaan werken en dat was precies de bedoeling want juist voor de middenklasse verdwenen de banen het snelst, o Boeddha o Nescio, over vijfhonderd jaar zullen jullie in het Westen een en dezelfde persoon zijn, hoe goed is het allemaal niet verzonnen en geregeld, en door wie, misschien is het een langdurig voorbereid complot van de moslims om ons te verzwakken en over te nemen, effectiever dan bommen en met vrachtwagens over mensen heen rijden, we leggen niemand meer een strobreed in de weg, we stappen van onze al dan niet elektrische fiets af om naar strootjes op de weg te kijken en hoe mooi die bij het roze asfalt van het fietspad kleuren (…)’
[Rob van Essen, De goede zoon, p.191-192.]

Serie: Uitgelezen  

dinsdag 13 augustus 2019

Gevaarlijk spel

Wat gisteren nog oogde als het begin van een nieuwe roman, ziet er vandaag ontnuchterend anders uit. De brief die mij na 55 jaar bereikte en voor nogal wat raadsels stelde, blijkt te zijn opgestuurd door een goede vriendin, bij wijze van ‘Groeten uit Catania’. Een soort prank, een practical joke – en ik tuinde er volledig in. Sterker nog: ik was zelfs verontwaardigd. En, toegegeven: dat zegt meer over mij dan over haar.
Je zou je erover kunnen verbazen dat persoonlijke documenten zoals brieven en foto’s in een winkeltje belanden, waar fantasierijke toeristen ze kunnen kopen en kunnen opsturen aan argeloze vrienden. Maar de ervaring leert dat als erfenissen zelf weer erfenis van erfgenamen worden, en daarna wellicht nog eens, de sentimentele waarde afneemt en uiteindelijk verdampt.
Toch was ik verontwaardigd dat deze brief zonder enige toelichting naar mij was doorgestuurd. Ik mag dan een grote fantasie hebben, verbanden leggen en hineininterpretieren zijn onderdelen van mijn schrijfwerk. Waarom zou je dat willen provoceren? Dat is wat ik doe, dit is wie ik ben. Goed, ik kan me nu de moeite van het afreizen naar Ravello en Palermo besparen; ik kan het blijven denken over dit verhaal nu stopzetten.
Ik had sowieso nogal wat te doen. Dat onderbreken, daarmee lachen is een gevaarlijk spel – en ik kan slecht tegen mijn verlies.

vrijdag 9 augustus 2019

Vakantiepost

Soms krijg je het verhaal voor een nieuwe roman gewoon opgestuurd. Tussen mijn vakantiepost vond ik vandaag een brief, eigenlijk gericht aan de Palermitaanse schrijver van een boek over ‘numismatica’, een geschiedenis van, in dit geval Siciliaanse, munten. Maar hij gaat over iets heel anders en werd gepost in… 1964. In juli 2019 werd de brief afgestempeld in Catania en doorgestuurd naar mij, zonder enige toelichting van de, niet bekende, afzender. Hij is 55 jaar onderweg geweest maar… waarom naar mij?

Vakantiepost

vrijdag 2 augustus 2019

De escapisten 19

De escapisten

Serie: De escapisten  

zondag 28 juli 2019

Het einde aan het begin

De vraag waar iets begint fundamenteel, radicaal. Het is een vraag waarvan sommige mensen hun beroep hebben gemaakt. Het was ook de vraag die boven de conferentie zweefde waarvoor ik in Bern was, de vraag naar ‘Benjamin’s Beginnings’. De conferentie zelf begon met twee lezingen en een concert van Camerata Bern in het Paul Klee Zentrum, museum annex cultuur- en concertgebouw aan de rand van de stad – een architectonisch kunstwerk dat prachtig rijmde met zijn omgeving en dankzij de gekoelde lucht een heerlijke bestemming was in die extreem warme dagen vorige maand. Ik besloot er een paar uur voor de bijeenkomst al naar toe te gaan om ook het gebouw en de actuele tentoonstellingen te kunnen bekijken. 

Extase

Een van de twee exposities was een eclectische collage van kunstenaars die uitdrukking gaven aan ‘extase’. Buiten jezelf, buiten je lichaam of je geest treden in een trance, door lijden of vreugde, door het gebruik van geestverruimende middelen, hypnose of psychose. Het fenomeen van de grenservaring, experimenten met verdovende middelen en de registratie daarvan, de beschouwing van de roes – het behoorde allemaal ook tot de materie waaraan Walter Benjamin zich tijdens zijn leven wijdde. In die zin leek het geen toeval, al helemaal niet toen ik bij de vitrines kwam waarin vermaarde drugs verzameld waren, onbereikbaar tentoongesteld achter glas. Cocaïne, amfetamine, opium en… morfine in een verpakking uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Met morfinepillen had Benjamin in september 1940 een einde aan zijn leven gemaakt. 

Morfine

Wanneer iemand kort wil uitleggen wie Walter Benjamin was, staat de samenvatting van zijn leven meestal in het teken van zijn zelfgekozen dood. Beginnen te vertellen over Walter Benjamin, is vertellen over zijn einde.

Het einde ligt vaker aan het begin. Ik zag iets omdat ik er met een reden was. Zinsbegoocheling. Voor een verhalenverteller is het misschien een methode, voor een wetenschapper onzuivere vooringenomenheid, voor een verliefde de waarheid.

dinsdag 23 juli 2019

De omgeving van het adres

In Der Schurke Robert Otto zijn vooral voordeuren te zien. Voordeuren in de Zwitserse stad Bern. Voordeuren van de meer dan veertig huizen waar de schrijver Robert Walser gewoond heeft, voordat hij in een inrichting werd opgenomen. Daarover schreef hij trouwens later in een brief aan bewonderaar Therese Breitbach: ‘Ich bin vollständig gesund und zugleich sehr ernstig oder erheblich krank‘. Wat na die korte film bleef hangen, was een indruk van Walsers rusteloosheid maar vooral ook: dat je als kijker met lege handen stond na al die bewegende beelden van anonieme voordeuren.
Ik vreesde dan ook iets vergelijkbaars te ervaren op het moment dat ik zelf in Bern was en naar de drie huizen ging waar Walter Benjamin gewoond had. Iedere dag bezocht ik er een en ik zag inderdaad nauwelijks iets af aan de woningen zelf. Het ging niet om de voordeuren. Dat ze veranderd waren sinds 1917-1919 maar soms net eens zoveel… tja.

X marks the spot

Maar toen ik stilstond, met mijn rug naar de voordeur en naar de huizen eromheen keek, naar de tuinen, de buurt, luisterde en in de verte staarde, ervoer ik toch meer. Tegenover het huis in Muri zag ik de velden voor de deur die altijd al de randen van de voorstad hadden gevormd, het uitzicht op de bergen, waarin waarschijnlijk slechts enkele flats en een spoorlijn nieuw waren. In de kalme beslotenheid van het buurtje naast de Aare rivier, waar hij naast de dadaïst Hugo Ball had gewoond, leek een innige relatie met verwante buren voor de hand te liggen. En in de statige, rustige straat op een steenworp afstand van de universiteit gelegen, zijn eerste adres, voelde ik hoe het moest zijn om de deur achter je te sluiten en naar je werk te lopen.
Bij het laatstgenoemde adres stond ik op de stoep ertegenover, maakte een zinloze foto van de voorgevel en zag een man thuiskomen in het huis dat ook voor mij bijzonder was. Bij het restaurant op de hoek klonk het getik van bestek op borden, schrille vogelgeluiden, hoog in de lucht kondigden het einde van de dag al aan. 

Buren

Het ging niet om de voordeuren, ik ervoer de sfeer, het karakter, de omgeving van het adres. En ik vermoedde dat die sfeer onveranderd was gebleven met de tijd. Kun je dat weten? Hoe meet je zoiets? Ik mocht er dan voor een conferentie zijn, ik stuitte vanaf de eerste dag al op de grenzen van de wetenschap.